Het is zo leuk om iemand te ontmoeten die er helemaal voor gaat. Ramona is zo iemand. De bijbelse parallel persoon is misschien wel Petrus, of in dit geval dan Petra… Petrus ging er ook helemaal voor. Mensen die voorop gaan, pioniers, visionairs. Mooi is dat.
Maar ik herinner me Ramona ook van een ander gesprek, waarin ze deelde dat ze een uur in de auto stapte om één jonge vrouw te bezoeken. Voor je het weet denk je bij visionairs en pioniers aan grote dingen, maar dat hoeft helemaal niet. Ramona heeft grote dromen, maar ik ken ook de ‘kleine’ verhalen. En dat maakt het juist zo mooi.
Daarom, lees dit interview of luister lekker naar de podcast. Het is weer zo’n pareltje waar je zeker ook praktische lessen voor jezelf uithaalt. Maar voordat je over de lessen nadenkt - geniet, God is aan het werk en Ramona getuigd daarvan.
Luister naar het verhaal als POD cast 🎙️
Interview met Ramona van den Hoed
Mart-Jan: Ramona jij bent van alles, echtgenoot, moeder, jongerenwerker, verbinder. Veel ervaring op allerhande vlak. Maar als ik vraag: “Ben jij discipel?”, een lekker gesloten vraag, wat zeg je dan?
Ramona: JA! Volgeling van Jezus. Absoluut, dat op de eerste plaats.
Mart-Jan: Dat had ik ook wel verwacht natuurlijk, maar hoe is dat begonnen?
Ramona: Ik denk dat dat heel bewust begonnen is toen ik tiener was. In de brugklas. Ik ben katholiek opgegroeid en ging wel altijd naar de kerk. Ik had ook altijd een besef van God, dat dat Iemand was hoog in de hemel om het zo te zeggen. En ook wel Jezus, maar dan meer als een baby in de armen van Maria waar ik een kaarsje bij kon aansteken.
Maar toen ik een jaar of 12-13 was ging ik meer nadenken over “Waarom leef ik, en waarom ben ik hier op aarde? Hoe zit dan allemaal?” De grote levensvragen. Daarin was MAVO-3 heel belangrijk.
Mart-Jan: Een heel specifiek moment dus…
Ramona: Inderdaad, een heel specifiek moment. In dat jaar kwam ik met Rogier in de klas - inmiddels ben ik met hem getrouwd - en hij ging ook naar de kerk. Wij werden verliefd op elkaar, en als ik verliefd ben dan ga ik er vol in. Op een bepaald moment had hij de moed opgevat om me mee te vragen naar de kerk, en dan niet zozeer op zondag, maar naar een tiener-event wat in Amsterdam was. Dat was toen met Peter Vlug junior - ‘Way back when’ voor degene die dat nog kennen. Op dat event werd ik geconfronteerd met het kruisigingsverhaal van Jezus. Dát deed ontzettend veel met mij! Ik was daar en ik dacht: “Wat! Is dit de God waar ik ook in geloof? Wat voor Vader nagelt Zijn Zoon aan het kruis?” Er was echt een soort van woede die bij me opkwam. Er gebeurde echt iets, er borrelde iets van binnenuit in mij op en ik weet nog hoe er best in detail werd omschreven wat er gebeurde en wat het offer was dat Jezus bracht. Als tiener kwam dat echt heel heftig binnen. Vervolgens werd er een uitnodiging gedaan om naar voren te komen en voor je te laten bidden (zoals dat vaker tijdens dat soort events is), en het was net of ik uit mijn stoel werd ‘of-ge-lift’ en ik kon niet anders dan dat ik naar voren moest. Dit is natuurlijk de korte versie, maar de tranen liepen over mijn wangen en vanaf dat moment begon ik me langzaam te beseffen dat God niet iemand is ver weg, hoog in de hemel, maar ook Iemand die dichtbij komt door het offer van Jezus. In de weken en maanden daarna ben ik hier enorm mee bezig geweest.
Ik kom echt uit een katholiek nest waarin samen en gemeenschap heel belangrijk is. Ik werd voor een groot deel door mijn opa en oma opgevoed en ik was daar ook vaak. Mijn oma kreeg die zoektocht mee en die had echt zoiets van: “Wat is dit allemaal?” en ze dacht: “Als je dan zo serieus bent met het geloof ga je de Bijbel maar lezen ook.” Dus die heeft toen een Bijbel voor me gekocht.
Mart-Jan: Okay, lekker concreet.
Ramona: Heel concreet, en dat ben ik dus gaan doen. En in die periode ging ik steeds vaker met Rogier mee. Eerst een paar keer naar de tieners en toen ik ouder was naar de jeugd. Altijd een beetje op twee gedachten gehinkt, want ik was ook best wel actief in de Katholieke Kerk. Ik zong in een koor, maar op een gegeven moment merkte ik dat het steeds ging snappen en het meer doordrong: “Wacht, als ik bid dan kan God ook terug praten. Dat!” En dat was voor mij echt een bekeringsmoment. Niet lang daarna was er een groep jongeren in de kerk die had besloten zich te laten dopen, ik was daar toen in die Pinkstergemeente aanwezig. Ik had me nog niet aangesloten of zo, maar was gewoon een beetje aan het heen-en-weer hoppen. Op dat moment hoorde ik een getuigenis van het zusje van Rogier en toen dacht ik: “Maar dát is het. Dat is waar ik ook in geloof. Dat wil ik ook.”
Mart-Jan: Zij was een soort voorbeeld voor jou?
Ramona: Ja, zij was een voorbeeld voor mij. Ze was toen 11 jaar, nog vrij jong, en het gemak waarmee zij omschreef “Ik hou van Jezus en ik heb een relatie met Hem. Ik geloof in God, en ik geloof dat Hij is opgestaan uit de dood.” Dat hele verhaal, toen dacht ik: “Dat geloof ik ook!” En ik weet niet meer precies hoe ze het gezegd heeft, maar het was in de trant van: “Daarom sta ik hier en ik wil het aan iedereen laten zien.” Dat was voor mij van: “Dat wil ik ook, dan wil ik het ook.”
Je moet begrijpen dat ik uit de Katholieke Kerk kwam. Ik was als kind gedoopt, ik had communie gedaan en ik had ook net mijn vormsel gedaan. Ik was een van de weinigen van de groep die daar ook echt serieus mee bezig was. Aan de ene kant ontvang je het teken van de Heilige Geest door de zegen van de bischop, maar ook dat je je toewijdt aan de Katholieke Kerk. Dat was wel echt een tweestrijd die in de familie best plaatsvond. Zeker bij mijn oma bijvoorbeeld.
Mart-Jan: Die oma die jou je Bijbel gaf.
Ramona: Precies. Dus dat was best wel een worsteling. Maar tijdens die dienst wist ik dus: “Nee, dit is het.” En toen heb ik ook die keuze gemaakt. Het zijn dus stappen geweest vanaf toen ik een jaar of 13 was en het eindigde toen ik ongeveer 17 was. Toen zei ik: “Okay, ik laat me nu echt onderdompelen en laat aan iedereen zien: ik ben volgeling van Jezus. Ik ga ervoor!” Een vaste keuze.
Mart-Jan: Dat is ook wel iets wat regelmatig uit elkaar wordt getrokken. Zo van: “Ik leer Jezus kennen, en dat gebeurt op unieke en mooie manieren natuurlijk, maar echt Hem volgen en zeggen: “U bent Meester, ik ben discipel”, dat soort taal…” Jij zegt dat heel gemakkelijk. Was dat ook zo gemakkelijk?
Ramona: Nee zeker niet. Ik heb daar best veel tegenaan geschopt. Binnen de gemeente werd echt gezegd van: “Je moet je laten dopen” en ik had zoiets van: “Hoezo? Dat heb ik al gedaan.” Ik begreep dat oprecht niet en ik had zoiets van: “Ik geloof het toch gewoon? En dat is toch okay? Dan kan ik toch gewoon mijn leven samen met God leven?” Maar ik ervoer dat, doordat ik niet daadwerkelijk alles aan Hem overgaf - mijn leven - en zei van: “Hier is mijn leven”, dat ik iets achterhield. En dat is wat ik met die volwassen doop echt gedaan heb. Dát is het verschil, het keerpunt waarin ik liet zien en ook zelf echt besloot: “Ik ga er volop, helemaal in”.
Mart-Jan: Voor jou is dat dus helemaal in elkaars verlengde? Tenminste dat lijkt zo. Zo van: “Ik geef mijn leven helemaal over aan Jezus en dan ga ik er volop in.” Dan leef je dus helemaal voor Hem.
Waarom is dat belangrijk?
Ramona: Leuke vraag. Voor mij persoonlijk was dat heel erg belangrijk, omdat dat richting gaf in mijn leven. Ik was heel erg met die levensvragen bezig en ik voelde dus ook wel een bepaalde leegte. Ik heb niet een heel gemakkelijke jeugd gehad, omdat dingen soms gewoon heel erg ingewikkeld waren thuis. Daar heb ik gelukkig veel steun in gekregen van de familie rondom me heen, maar ik had dus wel echt die richting nodig, omdat dat perspectief en hoop gaf.
Mart-Jan: En richting en hoop komt dan dus doordat je je heel duidelijk naar Jezus omkeert en ook echt Hem volgt? Het is dan dus niet zozeer een moment, maar veel meer een proces waarin je stappen blijft zetten en doorgaat?
Ramona: Ja, precies. Het is het omkeren en voluit zeggen: “Ik wil er vol voor gaan.” En vanuit daar ga je dan verder.
Ik noem wel vaker als ik hier in gesprekken over praat mijn oma, omdat zij echt een belangrijk voorbeeld daarin geweest is. Het is niet dat zij daarna zichzelf ook heeft laten dopen of wat dan ook, maar zij heeft altijd heel intentioneel met haar geloof geleefd. En ze heeft altijd gezegd: “Je leert je hele leven. En je zet elke keer weer een stap.” Zo heb ik dat ook echt ervaren op het moment dat ik die keuze maakte.
Mart-Jan: Uit wat je nu zo deelt heb je volgens mij al ongeveer de definitie van discipelschap te pakken, maar het woord intentioneel is dus heel belangrijk. Heel bewust, heel gericht, heel gefocust. En het is dus niet iets statisch, maar iets dynamisch, iets wat continue in beweging is. Je gaat achter Jezus aan, met Hem mee. Hij is je ijkpunt.
Ramona: Ja, Hij is echt mijn anker, mijn ijkpunt, mijn richtingwijzer. Daar waar ik het niet meer weet of niet meer begrijp, Hij wel. En zeker in die fase van mijn leven, toen was dat gewoon heel essentieel.
Mart-Jan: Wat mooi dat je dat zo deelt! Je zit het stralend te vertellen - een big smile op je gezicht.
Ik kan me ook voorstellen dat zo onderweg gaan met Jezus, net gebruikten we het woord dynamisch, dat levert ook gekke dingen op denk ik. Ik denk dat het een avontuur is. Hoe is dat voor jou? Als je denkt aan je wandeling van Jezus, dat je achter Hem aangaat. Wat voor gekke dingen maak je mee?
Ramona: Weer zo’n leuke vraag. Om een beetje in die tijdlijn te blijven hangen. Ik ben na mijn middelbare school gestart met een verpleegkunde opleiding, ik wilde verpleegkundige worden, want mijn oma was verpleegkundige, mijn oma was mijn held.
Mart-Jan: Je oma komt steeds terug.
Ramona: Ze is ook echt mijn voorbeeld en mijn held. Als je het hebt over discipelschap: zij was degene die echt invloed heeft gehad op mijn volgen van Jezus. Een heleboel andere mensen natuurlijk ook, maar zij was de eerste.
Terug naar de opleiding. Ik was gestart in de volle overtuiging: “Dit moet ik doen”, alleen gaandeweg begon ik toch wel te twijfelen of dit het wel was. Ik die periode werd ik ook best wel geconfronteerd met mezelf, dingen uit mijn verleden die verwerking nodig hadden. Tijdens de opleiding ging het vaak over: “Je moet eerst jezelf kunnen helpen voordat je een ander kunt helpen” en in die zin heeft de opleiding erg geholpen. Maar op een gegeven moment weet ik nog dat ik stage liep in het ziekenhuis en ik moest een bepaalde verpleegtechnische handeling doen en ik stond met tranen in mijn ogen naast dat bed. Mijn stagebegeleider zei toen tegen me: “Volgens mij vind jij dit helemaal niet leuk” en ik zeg “Nee, dat klopt. Ik denk dat je gelijk hebt.” Echt, met tranen in m’n ogen. Ik weet niet meer precies hoe het gegaan is, maar ik ben toen naar huis gegaan en heb gezegd: “Heer, ik weet het niet meer. Wat moet ik met m’n leven?” Op dat moment kom ik ergens in een blad iets tegen over een Studiebeurs in Utrecht. Dus ik dacht “Daar ga ik heen.” En dat heb ik toen de volgende dag gedaan. Naar die beurs met allemaal opleidingen om te kijken “Wat ga ik doen?” Ik ben toen gewoon gaan rondlopen met het idee van “Heer laat het me maar zien.” En toen belandde ik dus bij een opleiding Sociaal-Cultureel Werk. Welzijnswerk. De details weet ik niet meer precies, maar ik ben in gesprek gegaan en enthousiast geraakt, zo van: “Dit moet ik doen.” Maar ja, je hebt natuurlijk allemaal procedures als je van opleiding wilt veranderen en het gekke hierin was dat ik binnen een week moest switchen in verband met studiefinanciering. Anders zou ik in de problemen komen. Ik woonde al op mezelf,dus het was qua inkomen ook wel echt essentieel, Er zaten best wel wat haken en ogen aan. Een grote keuze, maar toen ben ik dus binnen een week van opleiding geswitcht. Ik heb me uitgeschreven bij de ene en ingeschreven bij de andere. Die zeiden van: “Oh, je hebt dit al gedaan, dus je kunt instromen in de tweede. Welkom, en ga je gang!” Dat was echt heel bizar. En puur omdat God zei: “Kom maar hier dan gaan we dit doen.”
Mart-Jan: Behoorlijk dol-dwaas.
Ramona: En dat merkte ik eigenlijk pas achteraf, omdat iedereen zei van: “Wat? Wat heb je nu gedaan? Ben je gestoord?”
Het mooiste dat ik ooit heb meegemaakt, is dat ik ooit mocht helpen bij het opzetten van een tienergroep binnen onze eigen kerk. Dat was omdat ik veel werk op straat had gedaan, welzijnswerk bij ons in de buurt, waar ik ook ben opgegroeid. Veel met straatjongeren en tieners, veel activiteiten georganiseerd, en toen dacht ik: “Dit kan ik ook in de kerk doen.” Dat was gewoon mijn gedachte. Dus ik was naar het leiderschap van de kerk gegaan en zei: “Ik doe tienerwerk in mijn stages en opleiding en binnen kort ook als mijn baan. Kan ik dit niet ook binnen de kerk doen?” Nou dat was een soort van gebedsverhoring, want ze hadden tekort aan tienerleiding. Helemaal blij, dus ik ben daarin gestapt met een heel klein groepje van drie tieners en nog twee anderen. Wat ik daar heel mooi aan vond was dat een van de tieners ons als voorbeeld nam voor mijn relatie. Rogier en ik waren inmiddels getrouwd en hij zei toen: “Ja, dan wil ik net zo als jij en Rogier samen met haar Jezus volgen”.
Mart-Jan: Je was dus echt een voorbeeld?
Ramona: Ja, maar dit was de eerste keer dat ik me daarvan bewust van werd. Het is daarna weer uitgegaan met dat meisje. Misschien zijn Rogier en ik wel een beetje de uitzondering, dat je zolang en vanaf zo vroeg al bij elkaar bent, maar ik vond het gewoon zo mooi. Ik had er nog niet eerder zo naar gekeken maar “Hey, ik ben gewoon een voorbeeld!” Dat vind ik echt heel bijzonder. Een ‘besef-moment’. Dat je gewoon door voor te leven ook een voorbeeld kan zijn. En dat hij zo expliciet zei: “Dan gaan we trouwen en samen gaan we Jezus volgen.”
Mart-Jan: En dat gebeurde op dat moment dus gewoon in jullie liefdesrelatie. Daarin laat je dan zien: “Ik ga helemaal voor Jezus.”
Ramona: Daarin gewoon beschikbaar zijn, dienen in de kerk. We zaten beiden in het kinderwerk en tienerwerk. Samen in de muziek. Gewoon echt actief.
Mart-Jan: In de interviews hebben we het vaak over dat je enerzijds discipel bent - zo begon ik ook mijn eerste vraag aan jou - maar nu ben je zelf eigenlijk geswitcht naar: “Ja, maar ik ben daar vanuit ook discipelmaker, en in dit geval heel onbewust.” Iemand die gewoon teruggeeft dat jullie het voorbeeld zijn. En als ik het goed begrijp, was dat niet omdat jullie nou zo geweldig waren, maar jullie gingen gewoon achter Jezus aan. Dát was jullie verlangen.
Nu werk jij veel met jongeren, veel ervaring op de straat met straat-jongeren, ook heel veel ervaring binnen kerken. Het hele topic van discipel zijn, achter Jezus aangaan en dan vooral voor de jongeren waarmee jij werkt. Wat hebben zij nodig?
Ramona: Zij hebben voorbeelden nodig. En ze hebben relatie nodig.
Als ik kerken help in hun jongerenwerk, dan zeg ik altijd tegen de volwassenen: “Jullie zijn de Geestelijke vaders en moeders en opa’s en oma’s.” Dát is wat jongeren nodig hebben. Én dat is wat we vaak terughoren. Toen we de stap vanuit Amsterdam naar Haarlem maakten en in het interkerkelijke jongerenwerk gingen meedraaien, merkten wij - Rogier en ik samen - dat jongeren gewoon een open deur nodig hebben. Ze gaven dat ook terug: “We hebben gewoon mensen in ons leven nodig die het voorbeeld voor-leven”. En daar zit de crux als het gaat om discipelen maken. Het is niet zozeer: “Okay, iemand heeft het zondaars-gebed gebeden en dan ga je verder…”
Mart-Jan: Nee, want dat is dan weer dat moment.
Ramona: Precies dat is het moment maar, het begint al op het moment dat je ruimte laat in je leven, zo van: “Je bent welkom”. En dan bedoel ik niet dat je gelijk iemand in je huis laat slapen, want daar zitten natuurlijk allemaal gradaties in, maar wel dat je ruimte voor de ander laat en vanuit daar leeft. Ik denk dat als het gaat om discipelen maken, het voorbeeld enorm belangrijk is. Dat voor-leven in je gewone, dagelijkse leven.
Dát is wat jongeren heel erg nodig hebben.
Er zijn altijd drie principes die ik zelf aanhoud. Of het nu kinderwerk is of jongerenwerk of wat dan ook. Deze drie komen altijd terug. 1) de Bijbel gaat open, 2) we bidden en 3) we vertellen iets persoonlijks. Dat kan iets zijn wat ik van mezelf deel, maar dat kan ook iets zijn dat de andere te delen heeft. Ik probeer altijd in een groepsgesprek of ontmoeting ergens heel bewust de link te maken van: “Wat denk je nu dat God hier doorheen tegen jou zegt?” Dát is een heel essentiële vraag.
Mart-Jan: Dan blijft het niet meer op afstand, maar dan is het ‘God spreekt’ en wat is het dat Hij zegt? Daar bewust van worden? Zeg ik dat goed?
Ik pak daar nog even op terug, want eerder vertelde je ook dat je naar die Studiebeurs ging en dat je daar tegen God zei: “God zegt U het maar. Laat het me maar zien.” Nu zeg je dat eigenlijk ook weer. Je deelt een 1-2-3-tje en sluit dan af met: “Wat zegt God tegen jou?” We lezen de Bijbel, we bidden, maar dan maken we het ook persoonlijk - we luisteren naar Gods stem. Je openstellen voor Zijn woorden: “Spreekt U maar, hier ben ik.” Waarom is dat zo belangrijk voor een discipel?
Ramona: Het is zo belangrijk, omdat je die verticale lijn nodig hebt. Als je zegt: “Ik ben een volgeling van Jezus”, dan heb je ook die wederkerige relatie nodig. En door het offer van Jezus Christus kunnen we dat hebben met God. Het is dus echt het gesprek met God. En dat is ook juist een van de dingen die ikzelf geleerd heb. “God is niet een God van ver weg, hoog, een abstract iets. Hij praat ook terug.” Dat is voor mij echt heel erg essentieel geweest. Dát maakte dat ik weer hoop en perspectief kreeg, zodat ik mijn leven kon leven. En het geeft heel veel rust en heel veel vrede. Ik merk dat, omdat Hij de almachtige God is, Hij ziet alles, dat ik Hem dat kan toevertrouwen. Dat ik mijn zorgen bij Hem kan neerleggen. Ook mijn vragen. Ja dat betekent dat ik ook terug moet luisteren. Misschien heeft Hij wel hele wijze woorden - wat natuurlijk 9-van-de-10 keer ook zo is. Of beter gezegd, eigenlijk altijd, maar heb je soms geen zin om te luisteren. Dat is echt heel wezenlijk. Daar gaat mijn hart ook heel erg naar uit als het gaat om jongeren. We kunnen soms heel erg op ons gevoel leven, of heel erg bezig zijn met onze talenten bijvoorbeeld. Maar het begint allemaal bij: “Wat zegt God eigenlijk tegen mij?” Dan komt pas: “En wat ga ik er mee doen? Welke talenten heeft God mij gegeven? Welke gaven? Welke vaardigheden heb ik geleerd? Hoe heeft mijn leven zich gevormd en hoe kan ik dat inzetten? Hoe kan ik me door God laten gebruiken, hoe kan ik Zijn volgeling zijn en Hem daarin eren?” Echt twee-richtingsverkeer.
Mart-Jan: Nu kan ik me goed voorstellen dat je dit interview leest en dat je denkt: “Ja Ramona, ik ben het helemaal met je eens. Maar hoe doe ik dat?”
Ramona: Hele goede vraag!
Mart-Jan: Ik wil zeggen: “Heb je tips ’n tricks?” Dat klinkt natuurlijk een beetje plat, maar welke stappen kun je nemen, wat kan je doen om dat echt een gesprek met God te laten zijn? Tuurlijk, dat je praat aan de ene kanta, mar dat je ook echt dat luisteren hebt, en dat je Gods stem dus hoort? Hoe werkt dat?
Ramona: Ik zeg altijd: “Oefening baart kunst.” Er zijn een aantal dingen die belangrijk zijn.
Het begint bij beschikbaar willen zijn. Als je zegt: “Ik wil volgeling van Jezus zijn”, dat je dan ook zegt - en het liefst hardop met iemand erbij - “Ik wil graag dat Jezus deel uitmaakt van mijn leven en ik wil Hem volgen.” Daar begint het wel mee.
Mart-Jan: Dat je dat dus hardop zegt, eigenlijk proclameren dus.
Ramona: Ja, en voor degenen die wat meer verlegen zijn zou ik zeggen doe dat lekker thuis. Voel je niet bezwaard als dat niet ‘en plein public’ gebeurt, God ziet namelijk je hart. Dat is het hele principe, “Ik klop aan de deur, je hoeft alleen open te doen.” Daar begint’ie. En dan is het een proces van leren.
Dat heeft ook te maken met samen. Ik spreek veel jongeren en jongvolwassenen die zeggen: “Ik red het wel alleen. Ik ga niet meer naar de kerk.. Maar dat kan niet, je mist dan zoiets essentieels. Je hebt community nodig. Je hebt je geloofsgemeenschap nodig om te leren hoe je Jezus kan volgen, want je leert van de verhalen die ze delen. De goeie en moeilijke dingen, dat je dat samen kan doen. Dat is een principe dat ik ook heel erg belangrijk vind. Ik hou van de lokale kerk. Hoe die er dan ook uitziet, en het gaat er om hoe je de relaties daarin met elkaar aangaat. Dán kun je ook van elkaar leren. Je hoort de verhalen, je ziet ook hoe de mensen doen, soms minder leuk en je kunt het natuurlijk ook met dingen niet eens zijn maar het zorgt ervoor dat je zelf gaat nadenken en dat je erop gaat handelen. ‘Waar je mee omgaat word je mee besmet’, dat is natuurlijk zo in je relatie met Jezus, maar ook in je relatie met de ander - je medegelovige. En die heb je in alle soorten en maten om je heen nodig. Dat is ook het unieke van kerk zijn - daar vind je ze in alle soorten en maten. Dát is echt wel heel erg belangrijk.
En het andere is: zoek daarin ook je eigen leeftijdsgenoten op. Mensen die in een vergelijkbare leeftijdsfase zitten als waar jij in zit. We hebben in Haarlem heel lang contact gehad met een aantal jongeren. Die zijn inmiddels allemaal weer groter geworden natuurlijk, maar een paar van hen zijn blijven hangen. Een van hen leeft haar leven gewoon alleen maar, ze zegt: “Ik ben een soort van verlengstuk van jullie gezin geworden.” En dat klopt ook. Ze is vriendin geworden en echt een verlengstuk. We hebben veel dingen samengedaan en wij zijn voor haar ook haar community. Dat helpt haar ook om op haar manier haar geloof een plek te geven. Dat vind ik heel mooi. Dat heb je echt nodig.
Mart-Jan: Als ik het een beetje samenvat dan zeg je dus enerzijds: “Het is heel belangrijk om het hardop uit te spreken.” Daar zit veel intentie in, dit is wat ik wil, dit is waar ik in uit wil stappen. En daar zei je ook al even van: “Doe dat niet alleen, betrek daar als het kan iemand anders bij.” En het andere dat je zei is: “Je hebt je community echt nodig.” Even in mijn eigen woorden. Ik hoor mensen wel eens zeggen: “Jezus is okay, maar de kerk daar heb ik niet zoveel mee.” Dat is echt mission-impossible, want je hebt elkaar nodig, en in de kerk vind je al die soorten en maten waar we het over hadden. Je kunt niet zonder.
Twee hele praktische principes die je zo mee kunt nemen. En Ramona zit het stralend voor me te vertellen, ze gelooft er echt in! En ze leeft het ook, dat weet ik.
We hebben het gehad over jongeren, jij werkt daar veel mee. Ik weet dat jij passie hebt voor de volgende generatie en discipelschap is ook altijd iets dat door moet gaan, van generatie op generatie. Het voorbeeld dat mij altijd raakt is dat van Paulus, die dan aan Timotheüs schrijft: “Timotheüs, wat ik voor jou ben geweest, vertrouw dat toe aan mensen die het ook weer kunnen toevertrouwen aan mensen …”, en voor mij is dat gewoon het patroon van doorgeven - volgende generaties - zodat het als een beweging zou gaan. Doorgaand discipelschap dus. Waar zie jij de hoopvolle verhalen rondom doorgaan discipelschap, waar het dus beweegt, of waar zie jij: “Dit zijn de dingen die het afremmen of blokkeren?”
Ramona: Waar ik het in beweging zie komen is de sleutel relatie. Waar jongeren elkaar vinden en zien daar staat Jezus centraal, daar is het echt, daar zie ik dat ze in beweging komen. Die echtheid is erg essentieel. Niet alleen in leeftijdsgenoten, maar ook in een kerk (als geheel) bijvoorbeeld. Het kan best lekker ‘messy’ zijn, maar als Jezus centraal blijft staan, dan zie je dat ondanks de ‘mess’, ondanks dat het rommelig en chaotisch is dat het toch werkt. Jongeren blijven hangen omdat ze de echtheid van de mensen die Jezus volgen zien. En dat is zo voor de kleine setting, maar ook in de grote setting.
Ik heb het voorrecht om bij Youth.Opwekking betrokken te zijn, en ik vind het zo gaaf om de afgelopen jaren ook te zien dat als jongeren samenkomen, dat een verbinding geeft met elkaar. Ook de vrijwilligers bijvoorbeeld. Zoveel passie om voor de jongeren te gaan. Om iets neer te zetten zodat ze opgebouwd worden, zodat ze die bijzondere ervaring met God hebben. Daar zie je ook zo’n beweging, en daarbij kan ik ook nog wel andere plekken in Nederland noemen.
Mart-Jan: Echtheid is dus fundamenteel.
Ramona: Waar voor mij een pijnpunt ligt… En dat heeft te maken met wie ik ben. Ik ben een idealist met een hoog rechtvaardigheidsgevoel, dus ik wil graag dingen veranderen als ik dat kan, maar ik heb natuurlijk niet overal invloed op.
Mart-Jan: Dat is een gevaarlijke mix, maar wel een mooie!
Ramona: Dat is een hele gevaarlijke mix. En bij mij is dat altijd vol passie natuurlijk. Maar mijn pijnpunt is daar waar mensen te veel hangen aan de vorm. Het “we doen het altijd al zo” en dan niet meer kunnen horen wat de volgende generatie aangeeft. Of eigenlijk moet ik zeggen de huidige generatie, want je moet beginnen bij nu. Die generatie geeft iets aan, en je vangt het niet op omdat je je blind blijft staren op “zo hebben we het altijd gedaan en dat werkte altijd.” Ik vind dat bijvoorbeeld met het concept van - en ik ga het toch noemen - jeugdkerken. Je hebt een hele fase gehad van jeugdkerken - dat was helemaal hét. En je hebt nu nog steeds een generatie (vooral de generatie boven mij) die betrokken is in het jongerenwerk en zegt: “Ja, we moeten die jongerendiensten weer naar voren halen, en die jeugddiensten, want weet je nog toen in onze tijd?” En dan zeg ik: “Ja, dat was toen. Maar heb je ook aan de jongeren zelf gevraagd wat zij nu nodig hebben?” Als dat er niet is, als je dat niet vraagt… Kijk als je het vraagt en zij geven aan dat ze een dienst willen gericht op jongeren - “go-for-it”, maar dan komt het uit henzelf. Maar als je zegt: “Ja dat willen ze heel graag, zodat dat je het aan hen vraagt dan zullen ze braaf daarin meedoen. Ik denk namelijk dat we een generatie hebben die best gehoorzaam is en meebeweegt. Maar het is dan niet iets waar ze op aangaan. Je ‘hebt’ ze niet.
Mart-Jan: Dus echtheid is een aanjager, een must. Als dat er niet is lukt het niet. En het tweede wat je zegt is de vorm. Pas op met vormen. Want als je te vast zit aan vormen,als je vasthoud aan “zo werkte het in mijn tijd,” en je eigenlijk je eigen beeld projecteert op deze generatie en dat jij denk dat dat nu nodig is, dan zou je er wel eens gruwelijk naast kunnen zitten.
Ramona: Ja.
Mart-Jan: En dat zeg je uit ervaring! Een kleine waarschuwing van Ramona, maar misschien kun je er heel praktisch wel wat mee. Zowel aan de kant van echtheid alsook over de vormen. Zo van: “Pas op, hier staat een waarschuwingsbordje bij.”
We bewegen naar het einde van de podcast toe en we sluiten meestal af met je droom. Dus, Ramona, wat is nou jouw droom. Als je even denkt aan jouw context, lokaal waar je betrokken bent, of breder (want je doet allerhande dingen toffe dingen in het land): Wat is jouw droom? Waar mag ik jou ’s nachts voor wakker bellen, waar ga je op aan?
Ramona: Mijn droom is dat elke jongere (of eigenlijk iedereen, maar laten we het bij jongeren houden) de kans krijgt om Jezus te leren kennen en daar vorm aan te geven in hun dagelijkse leven, zodat ze dat ook weer kunnen doorgeven. Dus echt dat principe van ontvangen / doorgeven. Onze missie als gezin is ook echt “Blessed to be a Blessing”. Vanuit de belofte die God doet aan Abraham (en die doorgezet is door het offer van Jezus Christus) dat alle volken tot Jezus kunnen komen. Dat is écht mijn droom. Dat mag heel klein zijn bij een Alpha of Youth Alpha cursus, waar dan een tiener zegt: “Ik wil dit”, tot aan een hele groep mensen binnen een kerk die zo enthousiast zijn en waarin je dan een beweging ziet opborrelen van: “Wij willen omzien naar de omgeving en Jezus zichtbaar maken.” Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Mart-Jan: Gaaf! En als ik dan helemaal terugga naar het begin van dit interview, dan is dat in jouw eigen leven gebeurd toen je in Rogier iemand zag die helemaal voor Jezus leefde. En dan nu helemaal aan het einde zeg je voor jou, Rogier en je gezin “Blessed to be a Blessing” - wat wij ontvangen hebben willen we doorgeven, zodat anderen het weer kunnen ontvangen en weer doorgeven. En dan zit je helemaal in de beweging.
Wat zou je de lezer als laatste mee willen geven Ramona?
Ramona: Waar ik zelf de laatste tijd erg bij word bepaald is vertrouwen. Ik heb het voorrecht om allerhande mooie dingen in het Koninkrijk te doen maar hier word ik steeds bij bepaald: “Vertrouw op de Heer.” Vertrouw bij elke stap die je neemt op Hem. Want Hij zal de plannen zo laten slagen als Hij ze bedoeld heeft. Dat betekent natuurlijk niet dat het altijd gaat zoals jij bedenkt, maar zolang je dat vertrouwen houdt kun je verder gaan. Ik denk dat dat voor ons als christenen echt heel belangrijk is. Dat als dingen tegenzitten - want het leven is soms gewoon moeilijk, en het gaat soms gewoon lastig - je elke keer naar Jezus blijft kijken.
Hij is je perspectief!
Blijf op Hem vertrouwen.
Mart-Jan: Vertrouwen dus. Vertrouwen en geloof.
