New announcement. Learn more

TAGS

“Discipelschap & Navolging”

We spreken Ds. Louis Wüllschleger over “Discipelschap en Navolging”.

In Mattheüs 11 heeft het woord leren een bijzondere plaats: “Leer van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart”. Jezus zegt alleen in dit vers dat de discipelen direct van Hem moeten leren. Met ander woorden: neem dit van Mij over, dit is mijn karakter, je zou bijna zeggen: mijn persoonlijkheidsstructuur: dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart.

In het Nieuwe Testament zijn de woorden zachtmoedigheid en nederigheid essentieel voor het karakter van een christen. Wat een tegenstelling is dat met onze harde prestatiegerichte cultuur! Deze oproep tot zachtmoedigheid en nederigheid is een boodschap die toen al, maar eigenlijk door heel de geschiedenis een tegendraadse boodschap is geweest. Dat je discipel bent van Jezus betekent niet dat je een theorie aanhangt, maar dat Christus zelf in je leven woont en dat je bereid bent om de deur van je leven wagenwijd open te zetten, dat is de kern. Als je zelf niet in Christus bent, wordt je godsdienst een lege huls.

Laten we als voorbeeld hiervan het scenario van Jezus en Levi de tollenaar uit Mattheüs 9 nemen. Jezus wordt door de Schriftgeleerden bespot en afgekeurd omdat hij naar Levi toeging, iemand die het eigenlijk niet verdiende, en zijn huis binnenging om met hem de maaltijd te delen. Jezus’ reactie op dat gemopper was: “leert, wat het is dat ik wil: geen offers maar barmhartigheid”. Zijn boodschap naar de Schriftgeleerden is hier dat we werkelijk een discipel van God zijn als we geleerd hebben om barmhartigheid onvoorwaardelijk in praktijk te brengen. En dat zag Jezus niet terug in de houding van de Schriftgeleerden op dat moment. 

In het zendingsbevel uit Mattheüs 28 lezen wij Jezus’ opdracht: “Onderwijst de volken en maak hen tot mijn discipelen”. Het woord voor ‘onderwijzen’ is het woord ‘manthanoo’ in het Grieks. Dit woord is nauw verwant aan het woord discipel dat eigenlijk leerling of volgeling betekent. Dit woord voor ‘leren’ wordt op drie plaatsen in het Mattheüsevangelie gebruikt. De derde keer is in Mattheüs 24:32. Hij spreekt dan over de vijgenboom in relatie tot de verwachting van de wederkomst. Jezus zegt: de takken van de vijgenboom worden teder en daaraan weet je dat de zomer nabij is.  Op dezelfde manier als bij de uitlopende vijgenboom hoort de verwachting van de wederkomst wezenlijk bij het leven van een discipel van Jezus. 

Als Jezus in de laatste woorden van het Mattheüsevangelie spreekt over discipelschap (“Maak de volken tot mijn discipelen’), dan horen daar dus deze drie dingen wezenlijk bij: barmhartigheid, nederigheid en de verwachting van Zijn komst.

Thomas Á Kempis – Nederigheid als ultieme navolging

Rond het jaar 1400 was er in Nederland een beweging die alle nadruk legde op de eenvoudige navolging van Christus. Een van de bekendste vertegenwoordigers van die beweging was Thomas a Kempis. Hij schreef een boekje met de titel: ‘De navolging van Christus’. Veel mensen weten niet dat dit - na de Bijbel – het meest gedrukte boek ter wereld is! De boodschap die hij met dit boekje uitdroeg is: als je Jezus wilt navolgen moet je heel veel ballast overboord gooien en je focussen op Christus zelf. Het is een heel gevoelig boekje met een persoonlijk karakter. Ik zou het liefst typeren als een persoonlijk gesprek met Jezus.

Het is geschreven in een bijzonder stormachtige tijd. De kerk had haar gezag verloren, want de geestelijkheid preekte het evangelie wel, maar leefde er zelf niet naar. Dat was dus niet geloofwaardig. En juist in die tijd had men de kerk nodig om hoopvol te zijn. In de samenleving heerste grote onrust door een recente burgeroorlog die anderhalve eeuw had geduurd. De pandemie van de pest was rondgegaan, waardoor in Europa tientallen miljoenen mensen waren gestorven. Er was veel angst en demonie onder de mensen. De kerk gaf in die situatie onvoldoende geestelijke leiding. Kortom, er was een diepgaande geestelijke crisis.

In deze tijd trad Thomas a Kempis op.  Zijn boodschap aan de mensen van die tijd was eigenlijk heel bevrijdend: het gaat om de eenvoudige navolging van Christus in ons dagelijks leven. Het liefst zo praktisch mogelijk. Het gebod waar het nu op aankomt is de persoonlijke, eenvoudige toewijding aan Christus zelf. Mede door hem aangewakkerd ontstond een beweging die de Moderne Devotie heette. Deze beweging legde de nadruk op de kern van het geloof: de overgave aan en de eenvoudige navolging van Christus.

Thomas zegt: “christenzijn zit niet in heel ingewikkelde dingen. Het gaat juist om de eenvoud. Ga nederig in het voetspoor van Jezus. Zoek geen hoge dingen. Zet jezelf niet in het middelpunt. Zet je er liever voor in om onbekend te blijven en niet mee te tellen.”

Dietrich Bonhoeffer – Navolging in een nieuwe eeuw

Van de geschiedenis kunnen we leren dat verschillende omstandigheden vragen om verschillende reacties, zeker als we met de boodschap van Thomas a Kempis in ons achterhoofd naar het leven van Dietrich Bonhoeffer kijken. Want waar Thomas de navolging als een heel innige persoonlijke beleving benadrukte, zag Bonhoeffer de noodzaak om politieke actie te ondernemen. Hij was vlijmscherp in zijn ontmaskering van het nationaalsocialisme, maar ook van de rol van de kerk in het toenmalige Duitsland. Dat ging overigens niet ten koste van de persoonlijke omgang met Christus zelf. Integendeel. Bij Bonhoeffer zie je hoe persoonlijke vroomheid vruchtbaar is voor de keuzes in een barre dagelijkse werkelijkheid.

Bonhoeffer speelde al op jonge leeftijd een grote rol in de kerk in Duitsland, maar was ook betrokken bij internationale kerkelijke verbanden Zo jong als hij was had hij profetisch zicht op de veranderingen die in Duitsland plaatsvonden. Hij ging er niet in mee en raakte al snel betrokken bij zowel het kerkelijke als het politieke verzet tegen het nazisme. Dat kwam uiteindelijk voort uit het verlangen om Jezus consequent na te volgen. Toen de Duitse kerk steeds meer onder het gezag van het Naziregime kwam te staan met alle gevolgen van dien, was Bonhoeffer een van degenen die zich daartegen verzette. De rest van zijn leven heeft in dit teken gestaan.

Apart is wel dat Bonhoeffer van origine pacifist was (hij had gecorrespondeerd met Gandhi in India over de geweldloze weerbaarheid en wilde hem graag bezoeken om van hem te leren). Het was voor hem een enorme worsteling om zijn roeping te volgen en zich aan te sluiten bij de voorbereiding van een aanslag op Hitler.  Wat hem over de streep haalde was de overtuiging: als je in de verkeerde trein stapt heeft het geen zin om door het gangpad in de tegenovergestelde richting te lopen; de enige manier om de trein te stoppen is dan om de machinist uit te schakelen … Hier heeft hij aan meegewerkt, wat hem uiteindelijk zijn leven kostte.

In zijn beroemde boek ‘Navolging’ gaat hij dieper in op de wortel van zijn motivatie. Hij opent met het statement: “goedkope genade is de doodsvijand van onze kerk.” Goedkope genade is volgens hem genade die ons wel persoonlijk veiligstelt voor de eeuwigheid, maar die geen enkele consequentie heeft voor ons concrete leven en waarmee we vervolgens alles goedpraten. In zijn leven heeft hij, zelfs al werd hij als verrader gezien, de genade van Jezus als motivatie gebruikt om Hem na te volgen en zich te verzetten tegen genadeloosheid.

John Stott – Radicale navolging

John Stott is van navolging in zijn boek ‘Radicaal discipelschap’ een recentere uitdrager geweest. Hij zei: de grote zonde van de kerk is dat we niet gericht zijn op de wederkomst van Christus. We hebben de verwachting van de wederkomst afgedaan als zweverigheid waar de evangelicals wel enthousiast over zijn (hij was zelf anglicaan), maar die wij zelf verwaarloosd hebben. Maar, beargumenteerde hij, de verwachting van Jezus’ wederkomst is fundamenteel voor het christelijke leven. In het apostolicum hoort de verwachting van de wederkomst bij de kern van de christelijke belijdenis, in het Nieuwe Testament komt het in bijna op elke bladzijde naar voren. Stott heeft geprobeerd om de verwachting concreet te maken. Hij zag het niet als een soort concept, een theoretische blauwdruk voor de toekomst, maar als iets waar we nu al mee aan de slag moeten. En daar heeft de verwachting van de wederkomst alles mee te maken: een aanleiding om te kijken naar onze levenspraktijk in het heden. Dat maakte hij ook concreet. Bijvoorbeeld rond de vraag hoe we omgaan met ons bezit of met de schepping of met de verhouding tussen de mensen en de volkeren. Als ik de komst van Christus morgen verwacht, neem ik vandaag andere beslissingen dan wanneer ik Christus nog lang niet verwacht. Een voorbeeld: Stott vroeg zich hardop af hoeveel vermogen er ging zitten in de grote kathedralen en of dat wel conform de bedoeling van Jezus was… 

Onze eigen navolging

Terugblikkend op dit gesprek zijn we door Louis stilgezet bij het navolgen van Jezus. We kijken uit naar Hem als degene die ons verlost heeft. In zijn zelfovergave tot in de dood is Hij ons grootste voorbeeld en wij verwachten Hem met alle liefde die in ons is. . Met deze navolgende en verwachtende houding zijn de ‘geloofshelden’ die we hebben besproken aan de slag gegaan. De vraag voor ons persoonlijk rest nu: Op welke plekken mogen jij en ik Zijn radicale nederigheid en opofferende zachtmoedigheid in praktijk brengen en uitdragen, de twee dingen die wij als discipelen van Jezus mogen leren?

Hebreeën 12:1 “Nu dan, laten ook wij, omringd door zo’n menigte van getuigen, afleggen alle last van de zonde, die ons zo gemakkelijk verstrikt. En laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt.”

Biografie

Louis Wüllschleger (1952) is emeritus-predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hij was gemeentepredikant in Tholen, Den Haag, Middelburg en Wijk bij Duurstede. Verder bekleedde hij in de kerk enkele bovenplaatselijke functies. In Zeeland was hij secretaris van de provinciale synode. Later was hij directeur van de IZB-vereniging voor zending in Nederland.

Het interview is afgenomen door Edwin Slijkhuis



 

This product has been added to your cart

CHECKOUT